Het leren
In de loop van het VSO krijgen naast de AVO-vakken de praktijkvakken een steeds belangrijker plaats. Het inoefenen van praktische vaardigheden is een belangrijk onderdeel van het lesaanbod. De vaardigheidstraining mondt uit in interne en externe stages.
Er zijn vier praktijkvakken:
- Koken
- Schoonmaak/Verzorging
- Techniek
- Groenvoorziening
VSO 1: de schoolse vaardigheden staan nog steeds centraal. Daarnaast maken de leerlingen kennis met de praktijkvakken. De praktijkgerichte en sociale vaardigheden zijn gericht op wat er buiten de klas gebeurt.
VSO 2: alle praktijkvakken komen aan bod. Na een voorbereidingsperiode krijgen de leerlingen allemaal een vorm van interne stage. Deze interne stage laat de leerling kennismaken met hun interesse en mogelijkheden.
VSO 3: op grond van de interesse van de leerling wordt een keuzepakket aan praktijkvakken samengesteld. In één of meerdere externe stages worden de opgedane vaardigheden toegepast.
Theorie en praktijk
In het VSO raakt de leerling steeds meer gericht op de wereld buiten school. Vakken als taal, rekenen en lezen worden geoefend in functionele toepassingen van alledag. De nadruk bij het leren komt gaandeweg te liggen op het oefenen van arbeidsvaardigheden in de praktijk. Eerst in de lessituatie van de praktijkvakken, daarna tijdens de interne en externe stages.
In het jaar waarin de leerling zestien wordt, vindt er een uitstroomonderzoek plaats, waarbij het individuele toekomstperspectief voor de leerling wordt bepaald. Het keuzepakket praktijkvakken in VSO 3 wordt aan de hand van dit perspectief samengesteld.